Fotografie

Urbexverhalen: Floplocatie

Het bestaat: floplocaties. Die locaties waarbij je bij aankomst of binnenkomst direct spijt hebt van de moeite. Zo reis je even een paar honderd kilometer naar onze buurlanden om er achter te komen dat je beter ergens anders naartoe had kunnen gaan. Een reden kan zijn dat de locatie anders zijn dan je jezelf had voorgesteld, het is bijvoorbeeld kleiner of minder spectaculair dan je had verwacht. Maar ook de locaties met de nodige zwervers of krakers en nog erger: de locaties waarvan het poepgehalte zo hoog is dat je het buiten nog kan ruiken. BAH! Dat risico loopt je dus ook.
Maar wat ik nog wel het allerergste vind, zijn de locaties waar je ontzettend mooie foto’s van hebt gezien, maar wanneer je aankomt blijkt de locaties zwaar getrasht te zijn. Niks is erger dan een locatie bezoeken en er achter komen dat de (plaatselijke) jeugd, junkies, zwervers of gewoon asociale mensen de hele plaats naar de verdoemenis hebben geholpen. Ingegooide ramen, van de pot gerukte wc-brillen in de gang, de hele administratie verspreid over de begane grond en kapotte inboedel op de eettafel… ja, sommige mensen maken er een zooitje van.

Dé locatie die ik aan dit bericht opdraag is Dadipark. Dit was een paar jaar terug nog de trashlocatie van de urbexwereld, terwijl je er toch prima foto’s van terug kan vinden. Dit kleine attractiepark lag ongeveer 230 kilometer vanaf mijn woonplaats en dat betekende zo’n dikke tweeëneenhalf uur rijden. Zo sneaky mogelijk gekleed en vol spanning reden we er langs om te kijken waar we de auto zo onopvallend mogelijk konden parkeren. Het eerste wat ik dacht toen we daar aan komen was: ‘FML, dit kan niet waar zijn’. Want toen we de ingang zagen bleek dat je de auto gewoon op de parkeerplaats kwijt kon.. tussen de auto’s van de andere bezoekers. Je kon dus ook gewoon door de ingang naar binnen lopen. Het was er behoorlijk druk voor een urbexlocatie (toen kenden we overduidelijk de urbexbus nog niet) en er leek er geen haan naar te kraaien. Wat viel dit tegen..ik had hier zoveel meer van verwacht. Alles was kort en klein geslagen en er was weinig over van wat er ooit zo netjes uitzag. Je kon geregeld bonjour zeggen tegen andere ramptoeristen en gebruik maken van een glijbaan of wipwap. Er werd zelfs een videoclip opgenomen in het park. Ik heb hier maar weinig foto’s gemaakt, omdat er zoveel mensen rondliepen en ik gewoon te lui was om te wachten of on ze er uit te photoshoppen. Mijn enthousiasme was compleet afgebouwd, ik baalde GIGANTISCH! Het was dan ook geen verrassing toen bleek dat het park gesloopt zou worden. Het park werd gesloopt, tot groot ongenoegen van de mensen die het park wilden behouden.

Dus, urbex is leuk maar niet altijd spannend. Houd daarom rekening met tegenvallende ervaringen als je er ooit mee wil beginnen, want je kan ook een dag vol floplocaties hebben, of ook flink balen: fails, locaties waar je niet binnen kan komen of waarbij je vrijwel direct naar buiten geëscorteerd wordt als je bij aankomst al niet wordt tegengehouden. Wat zeker is, is dat dit de voornaamste reden is waarom urbexers geen locaties delen met mensen die ze niet kennen en/of vertrouwen. Want voor je het weet, is je mooie onaangetaste locatie omgetoverd tot een zwijnenstal en kan er niemand meer van genieten hoe het vroeger was. Dit is tevens een reden om er snel bij te zijn wanneer je een mooie locatie bemachtigt of zelfs ontdekt.

Wat was jouw floplocatie?

Urbexverhalen: het begin

Eind 2011 ben ik begonnen met urbex. Ik ging met een paar vrienden naar België toe, omdat we wisten dat daar een ziekenhuis leeg stond. Wij wisten toen nog niet dat dit de naam urbex had en dat dit ziekenhuis een codenaam had, om zo de naam en locatie geheim te houden voor het publiek. Deze locatie was HH1, een ziekenhuis wat inmiddels al een paar jaar geleden is gesloopt. We dachten geen ingang te kunnen vinden en wilden na 10 minuten weg gaan, want inbreken is natuurlijk not done, je maakt niks kapot en al zeker niet om ergens binnen te komen. Dit zou respectloos zijn tegenover de locatie en het belangrijkste is om respect te hebben voor de locatie. Het motto is niet voor niets ‘Take nothing but pictures and leave nothing but footprints’
Jammer, ik keek nog een keertje sip achterom en ontdekte een piepschuimplaat voor een raam. We schoven de plaat opzij en troffen een andere piepmschuimplaat aan, ditmaal aan de binnenkant. ‘Even een klein tikkie geven’ dacht ik. En met een knal viel de plaat op de grond. Natuurlijk: leeg gebouw, geen beweging en geen geluid, dat betekent dus dat je alles hoort. Goed onthouden voor de volgende keer. Zo snel als we konden, klommen we naar binnen en hebben we de platen weer terug gezet zoals we ze aantroffen.

Eenmaal binnen hadden we al onze apparatuur al uitgepakt en gingen we op ontdekkingstocht. Wat was dit spannend! Bij elke stap die ik zette, voelde ik de spanning van je op verboden terrein te bevinden en niet betrapt te willen worden. We besloten naar de hoogste verdieping te gaan, om zo naar de uitgang toe te werken. Ik had wat ideeën in mijn hoofd die ik uit wilde werken. Ik ben heel erg van de horror fotografie en wilde een duister sfeertje neerzetten. In dit proces ben ik achter een van de belangrijkste dingen gekomen: blijf uit de buurt van ramen, zorg dat je niet gezien kan worden! Ik keek om en keek vanaf de derde verdieping neer op zo’n 20 man en allemaal keken ze naar mij en wezen ze naar de plek waar ik stond. Aiiii… snel wegwezen voordat ze de politie gingen bellen! Maar het was al te laat. Een half uur later hoorden we sirenes en keken we vanuit de operatiekamers uit op de plek waar ze stopten. We waren en gloeiend bij…

Snel renden we met zijn allen naar beneden en opeens stopte ik. Er is maar een ingang, die tevens een uitgang is. ‘We worden toch wel betrapt’ zei ik. Ik draaide me om en ging weer foto’s maken. De rest besloot dit ook te gaan doen. Niet veel later, toen we uit de kapel kwamen, hoorden we stemmen en voetstappen. Ik voelde mijn hart in mijn keel en verdomde mezelf en mijn briljante ideeën om zoiets stoms en illegaals te doen. Als we nu gepakt gingen worden, dan zou dit de eerste en de laatste keer zijn dat ik ooit weer een verlaten gebouw in zou gaan. En terecht ook, we overtreden de wet en verdienen het als dat zou gebeuren. We besloten een trap naar beneden te gaan, in de hoop de politie niet tegen te komen. Ik ben altijd degene in elke groep, die problemen tegen het lijf loopt en toevallig was dat het moment waarop ik letterlijk bijna tegen iemand aan liep.

Het was een ander groepje dat net zo erg was geschrokken als ik. De rest van mijn groepje kwam er bij en na wat gekletst te hebben, bleek de politie al weg te zijn gegaan. Er werd ons verteld dat we op moesten passen bij het dak, want een paar weken geleden was iemand door de koepel heen gezakt en een aantal verdiepingen naar beneden gedonderd. Alsof dit niet heftig genoeg was, bleek dat de jongen in kwestie tot de dag ervoor in coma had gelegen. Ik ging dat dak dus echt niet op en gelukkig dacht de rest er ook zo over. We gingen onze eigen wegen weer en toen we weer op de begane grond waren, kwamen we tegen waar ik al de hele tijd naar op zoek was: het mortuarium! Het was hier erg donker en dat gaf me het gevoel in een horrorfilm te zitten, spannend! We zijn daarna nog een paar kappersstoelen tegen gekomen en een hoop verdwaalde schoenen. Veel meer was er bijna niet te vinden, want het ziekenhuis was toch al behoorlijk getrasht.

Ik ben zo snel mogelijk van het ziekenhuis weg gerend nadat ik eenmaal door dat raam naar buiten was geklommen. Ik was bang dat ergens nog politie was en we in de problemen zouden zitten, maar gelukkig was dat niet het geval. Ik had mijn lesje wel geleerd. Althans, dat dacht ik. Eenmaal bij de auto aangekomen, realiseerden we ons allemaal hoe verslavend dit werkte. Ik wilde nog een leeg ziekenhuis bezoeken. Misschien nog wel een klooster, of liever nog: een psychiatrische instelling!

Wordt vervolgd